Meer over het stroometiket
Sinds 2004 kan iedereen overstappen naar een andere aanbieder. Energiebedrijven beconcurreren elkaar om klanten te werven en af te pikken van de ander. Het probleem daarbij is dat het om een eenheidsproduct gaat: stroom is stroom, er zijn geen verschillende smaken. Daarom proberen bedrijven elkaar te beconcurreren door extra service aan te bieden, of leuke welkomstgeschenken. Ook concurreren ze op imago. In reclamespotjes zetten ze zichzelf graag neer als gezellig, of bewust, of betrouwbaar. Net als bij wasmiddelen gaat het eigenlijk nergens over, maar er wordt een sfeer opgeroepen waardoor potentiƫle klanten zich tot dat bedrijf aangetrokken voelen. De uitgaven aan reclame door energiebedrijven zijn door de energieliberalisering enorm gestegen.
Een aantal Nederlandse energiebedrijven heeft zelf productiecapaciteit, de rest wordt in het buitenland ingekocht of bij buitenlandse bedrijven die in Nederland energiecentrales hebben staan. Er zijn steeds meer buitenlandse bedrijven die zich op de Nederlandse markt begeven. Alle energiebedrijven bieden groene stroom aan. Maar daarnaast leveren de meeste bedrijven ook grijze, vervuilende stroom: opgewekt in kolen- gas- of kerncentrales.
Vanaf 1 januari 2005 zijn de energiebedrijven verplicht aan hun klanten te berichten wat hun brandstofmix van het voorgaande jaar was. Dit 'stroometiket' komt dan mee met de jaarafrekening. Je kunt het stroometiket vergelijken met het etiket op een fles ketchup waarop de ingrediƫnten staan. Alleen staat er dan niet 10% vet, 50 gram suikers, of iets dergelijks maar 45% gas en 25% kolen etc. Daarnaast moeten de bedrijven ook nog melden hoeveel gram CO2 en radioactief afval er vrij komt per geproduceerde eenheid stroom (kWh). In de jaarafrekening van uw energiebedrijf zal het etiket er volgens Europese richtlijnen ongeveer als volgt uitzien:
Bron: Note of DG Energy & Transport on directives 2003/54 and 2003/55 on the internal market in electricity and natural gas: Klik op de figuur voor een vergroting
Als u bij uw bedrijf groene stroom zou afnemen, dan zou uw stroom volgens het etiket hiernaast dus voor een groot deel uit waterkracht en wind komen en voor een klein deel uit biomassa en misschien uit de zon.
De normering van de milieuconsequenties per energiebron zijn vastgesteld door CE (Centrum voor Energiebesparing).

